Resultaten

 
Resultaat 1 tot 10 van 12 resultaten
  • Vennootschapsbelasting - Hoofdstuk 8 - Speciale kwesties - Afdeling 2 - Ruling - I. Principe - V 9880
    V 9880 Een voorafgaande beslissing – ook ‘ruling’ genoemd – kan omschreven worden als een rechtshandeling waarmee de Administratie (de dienst Voorafgaande Beslissingen of DVB) de manier vaststelt waarop de van kracht zijnde bepalingen van toepassing zijn op een bijzondere situatie of verrichting die nog geen uitwerking gehad heeft op fiscaal vlak (art. 20, wet van 24.12.2002).De ruling heeft tot doel om elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, al dan niet gevestigd in België, toe te staan een beslissing...
    Klik hier
  • Procedure - Hoofdstuk 2 - Controle en bewijsmiddelen - A. Controle en onderzoeken - 1. Algemeen - R 130
    R 130 Om een juiste vestiging en inning van de belasting te verzekeren, beschikt de fiscale Admini­stratie over een reeks wettelijk vastgelegde onderzoeks- en controle­bevoegdheden.Deze bevoegdheden kunnen uitgeoefend worden ten aanzien van de belasting­plichtige zelf, van derden of instellingen, van openbare inrichtingen en diensten, die, onder voorbehoud van het beroeps- en het bankgeheim (R 235), tot medewerking gehouden zijn.Toelichting a. De Administratie kan onderzoeken verrichten (en eventueel aanvullende...
    Klik hier
  • Procedure - Hoofdstuk 2 - Controle en bewijsmiddelen - B. Bewijsmiddelen - 1. Algemeen - R 290
    R 290 Aangifte Het vermoeden van juistheid van de fiscale aangifte betekent dat de Administratie in principe op deze grondslag haar belasting zal vestigen (art. 339, lid 1 WIB 92).Ze is evenwel niet gehouden om de inkomsten en andere door de belastingplichtige aangegeven elementen als basis te nemen voor de inkomstenbelasting wanneer deze volgens haar onjuist zijn, maar het is aan haar om het bewijs te leveren van elk ander, niet-aangegeven inkomen dat ze wenst te belasten (Cass., 25.01.1993).
    Klik hier
  • Procedure - Hoofdstuk 3 - Aanslag - 1. Algemeen - R 405
    R 405 Begrip Men verstaat onder ‘aanslag’ de vestiging van de belasting, zijnde het vast­stellen door de Administratie der directe belastingen van de door de belastingplichtige verschuldigde belasting (art. 339 WIB 92). De belasting wordt gevestigd door middel van inkohiering, binnen een bepaalde termijn.
    Klik hier
  • Procedure - Hoofdstuk 3 - Aanslag - 2. Inkohiering - R 415
    R 415 Principe De inkohiering kan gedefinieerd worden als de inschrijving van de identiteit van de belastingplichtige en het door haar verschuldigde bedrag van de belasting op een lijst, kohier genoemd (parl. vr. nr. 828, Anciaux, 03.02.1998).Het kohier is een authentieke akte waardoor de Administratie een titel tegen de vennootschap tot stand brengt (Vakcursus – Procedure, Titel V: De belasting, nr. 114). Door de uitvoerende titel wordt aan de belastingplichtige het bevel gegeven de in het kohier opgenomen...
    Klik hier
  • Procedure - Hoofdstuk 3 - Aanslag - 3. Aanslagtermijn - R 425
    R 425 Principe De belasting moet door de Administratie gevestigd worden binnen een termijn die varieert naargelang van de situatie (zie onderstaande tabel).De doorslaggevende datum om te bepalen of de belasting binnen de wettelijke termijn gevestigd werd, is de datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier (Cass., 25.03.1988).Bij gebrek aan vestiging van de belasting door de administratie binnen de haar gestelde termijn, kan er geen enkele belastingschuld meer wettelijk gevestigd worden (R 420).AANSLAGTERMIJNSituatieTermijnAanvang...
    Klik hier
  • Procedure - Hoofdstuk 3 - Aanslag - 5. Aanslag van ambtswege - a. Algemene regels - R 550
    R 550 De Administratie heeft, in bepaalde gevallen, het recht om de aanslag ambtshalve te vestigen op het bedrag van de belastbare inkomsten die ze kan vermoeden, op grond van de gegevens waarover ze beschikt.Een ambtshalve aanslag kan gevestigd worden om de volgende redenen:afwezigheid van aangifte of laattijdige aangifte (R 90);niet-herstelling, binnen de daarvoor voorziene termijn, van de vormgebreken in de aangifte (R 60);niet-overlegging van de boeken en documenten die nodig zijn voor de vaststelling...
    Klik hier
  • Procedure - Hoofdstuk 4 - Invordering van de belasting - A. Algemeen - R 650
    R 650 Bevoegde ambtenaren Het gaat om de ontvangers der directe belastingen (art. 138 KB/WIB 92).Ze beschikken, binnen de uitoefening van hun opdracht, over dezelfde onderzoeks­bevoegdheden als de ambtenaren belast met de vestiging van de belasting (R 145). Deze bevoegdheden worden niet beperkt door het bankgeheim (art. 319bis WIB 92).
    Klik hier
  • Procedure - Hoofdstuk 4 - Invordering van de belasting - B. Betaling van de belastingschuld - R 685
    R 685 Betalingstermijn Principe De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de toezending van het AB (R 415) of, voor een elektronisch AB (R 665), binnen de twee maanden vanaf de datum waarop ze ter beschikking gesteld werd van de belastingplichtige.Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn wordt een nalatigheidsinterest aan­gerekend (R 705).De termijnberekening gebeurt volgens de volgende regels (Comm. IB 412/1):de termijn wordt in dagen gerekend;de termijn vangt aan op de dag die volgt...
    Klik hier
  • Procedure - Hoofdstuk 4 - Invordering van de belasting - C. Interesten - 1. Nalatigheidsinteresten - R 705
    R 705 Begrip Het gaat om de sommen verschuldigd door de belastingplichtige, bij gebrek aan betaling binnen de gestelde termijnen (R 685).
    Klik hier
 
Resultaat 1 tot 10 van 12 resultaten

Verfijn resultaat

Hulpmiddelen